Wat gedachten over een streepje

Rechts van de 0 en links van de = vind je op je toetsenbord (zonder SHIFT) het ‘divisieteken’: ‘-‘.

Deze gebruik je als afbreekstreepje (aan het einde van een regel), koppelteken (“Ik woon in Midden-Nederland”), of als weglatingsstreepje (“Waar vind ik de koffie- en theekopjes?”).

Kastlijntjes

Echter, soms wil je in een tekst * gedachtestreepjes* gebruiken:

“Wij leveren – als u vandaag nog belt – uw bestelling morgen aan huis.”

Daarbij is het niet de bedoeling dat je het divisieteken gebruikt, strikt genomen.

Wist je dat een gedachtestreepje een compleet ander teken is?

Er is een verschil tussen de tekens ‘-‘, ‘–‘ en ‘—’. Afhankelijk van het gekozen lettertype zie je hier meer of minder duidelijkheid in. Maar deze streepjes zijn respectievelijk:

  • Het divisieteken (zie hierboven)
  • Het halve kastlijntje (“en dash” in het Engels)
  • Het hele kastlijntje (“em dash” in het Engels)

En je kunt een heel of half kastlijntje gebruiken als gedachtestreepje. Hierbij heeft een half kastlijntje de voorkeur. Naast als gedachtestreepje gebruik je hem bijvoorbeeld als minteken (3–2), bij een tijdsperiode (Lunch van 12:30–13:00 uur) of sportuitslag (1–0).

Maar in die gevallen gebruik je dus géén ‘-‘.

Hoe maak je zo’n ding?

Nu is de ‘-‘ (divisieteken) lekker makkelijk, er is een toets voor. Maar om zo’n officieel half kastlijntje te krijgen, moet je iets meer je best doen: alt+0150 op een PC, of ⌥–- (Alt, divisieteken) op een Mac. Met de SHIFT erbij krijg je een heel kastlijntje.

Maakt het uit?

Schrijf je een simpel mailtje of neem je het niet zo nauw met taalregels? Don’t bother, gebruik lekker de toets op je toetsenbord.

Ben je echter een taalnerd of schrijf je iets formeels? Dan zou ik aanraden de juiste tekens te gebruiken.

Een divisieteken is minder lang en minder duidelijk dan een heel of half kastlijntje. Een gedachtestreepje – gemaakt op de juiste manier natuurlijk – springt er nét iets beter uit.